Het dartbord

Een dartbord bestaat uit een vezelplaat met een dikte van 18 millimeter. Hierop worden onder grote druk sisalvezelborsteltjes geperst en gelijmd. Het hele bord wordt omlijst door een metalen rand. De voorkant van het bord bestaat uit verschillende vakken, waarbij zwart en wit afgewisseld worden. De buitenste rand is zwart en hierin staan de getallen die uitdrukken hoeveel punten elk vlak waard is. Wanneer een pijl hierin terecht komt, tellen de punten niet. Binnen de zwart-witte vlakken bevinden zich ook twee ringen, de ‘double’ (buitenste) en de ‘triple’ (binnenste). Het midden van het bord is de Bull’s Eye. Rondom de vakindeling zitten een metalen randen. Deze bakenen ieder vlak af, waardoor het altijd duidelijk is in welk vak een dartpijl terecht is gekomen.

Het dartbord draaien

Het vlak met 20 punten is altijd een zwart vak en bevindt zich boven in het midden van het bord. Doorgaans wordt er op de 20 het meest gegooid, aangezien je hier het meest aantal punten mee kunt scoren. Het dartbord slijt op deze plek dus het snelst. Wanneer een pijl in het bord terecht komt, tast deze namelijk de vezels aan. Na enige tijd ontstaan er bultjes op plekken waar veel pijlen in het bord terecht zijn gekomen. Om deze reden is het belangrijk om het bord regelmatig te draaien. De metalen ring met getallen kan namelijk eraf gehaald worden en weer vastgeklikt worden. Op deze manier komt de 20 weer boven een ander stuk bord dat nog niet zo erg aangetast is. Hiermee voorkom je dat het bord snel slijt en gaat het dus veel langer mee.